ORMEIGNIES

Het dorpje Ormeignies kan prat gaan op een zeer oude geschiedenis.

Landbouwers uit het Neolithicum vonden er al een onderkomen in 4000 voor Christus.

De dorpskerk, opgedragen aan Sint-Ursmer, werd vanaf 1780-1781 opgetrokken, in natuursteen en baksteen. Het is een knap staaltje van neoclassicistische architectuur.

 

 

De hoeve de la Rosière

De heerlijkheid La Rosière behoorde tot de abdij van Cambron-Casteau die meer dan honderd hectare in het dorp bezat. De hoeve La Grande Rosière werd door de monniken draaiende gehouden tot in de 18de eeuw. De eigendom werd tijdens de Franse revolutie verkocht als nationaal goed in 1798 en kwam in handen van prins deLigne. De abdij van Cambron-Casteau bezat ook La Petite Rosière gebouwd in 1755.

 

De kasteel van de familie de Rouillé

De ruïnes van het voormalige kasteel van de familie de Rouillé rusten, aan het einde van de Allée Verte. Op deze plaats spookt Angélique Pollart d'Hérimez (1756-1840), echtgenote van Louis-François de Rouillé. Van haar zijn brieven bewaard gebleven waarin ze het leven van haar man in de streek van Aat bijzonder boeiend beschrijft. Het kasteel werd in 1866 verwoest en werd later heropgetrokken in Louis XIII-stijl, naar de plannen van Désiré Limbourg. In 1934 werd het kasteel verkocht en laterafgebroken. In het park ontworpen door architect Fucks, vinden we de overblijfselen van een oude ijskelder en de neogotische kapel van Onze-Lieve-Vrouwe-der-Zeven-Smarten, die op initiatief van de dorpsbewoners werd heropgretrokken.

Ingang

(in Frans)